BMG
Stichting Bossche Milieugroep

De toestand van de Bossche Flora 2015

In 2015 hadden we een zachte winter en een voorjaar dat vroeg begon. Ideaal voor de natuur.  In 2014 begon het voorjaar nog wat vroeger maar toch. Heel bijzonder en pas midden november begon het kouder te worden.

Wat betreft de flora begint het  altijd op de dijk bij de Moerputten met dit jaar 170 bloeistengels van Gulden sleutelbloem. (80 in ’08, 30 in ’09, 140 ’10, 370 ’11, 170 ‘13, 14 180) De enorme bramenstruik is nog niet weggehaald. Meer en meer zie je overal bramen op komen. Daarnaast breiden de distels zich enorm uit. Een slechte zaak.  Onderhoud is nodig temeer omdat er tot juli nog geen paarden in stonden. Voor het eerst nam ik er ook kale vrouwenmantel waar op verschillende plekken. In Rosmalen staan Slanke sleutelbloemen en die stonden er dit jaar weer prachtig bij tezamen met enkele Dotterbloemen.

Ook kan men in het voorjaar het prachtige Vogelmelk zien bloeien. B.v. bij de Rode beukenlaan op landgoed de Pettelaar maar ook langs de Deutersestraat. Die in het Bossche Broek zijn waarschijnlijk verdwenen. Wel nog in de Koornwaard (12 exemplaren  op drie plekken). Op de dijk van Maaspoort stonden er wel vijftig. De Mierikswortel stond er wel goed bij. Ind e Koornward stonden de meidoorns weeg prachtig in bloei en er staand ook tweestijlige tussen maar ook hybriden.

Later stond er op de dijk van het Moerputtenspoor ook de Stijve wikke in bloei tezamen met Aardaker. De soorten weten zich goed te handhaven maar de dijk verruigt enorm en afmaaien is hard nodig. De stijve wikke stond er in 2014 niet meer zo mooi bij als de andere jaren. Men kan er ook Hemelsleutel en een oude Appelboom waarnemen.
Op de blauwgraslanden in de Moerputten is nog steeds het Veenmelkviooltje te aanschouwen maar ik krijg steeds meer moeite ze te onderscheiden van hondsviooltje. Het aantal hybriden neemt toe. Op de natte gedeelten op de bijenweide staan ze nog steeds en ook negen exemplaren aan de noordoost zijde.  

Op de meest zuidwestelijke weide breidde in 2013 Veenmelkviooltje zich uit en was het lekker drassig. In 2014 lag alles er triest bij. Ik weet niet wat er gebeurd is. Het stond lang geheel onder water en alle Veenmelkviooltjes waren verdwenen. Het leek wel geplagd. Later vond ik er toch weer een nieuwe vindplaats met wel 20 exemplaren. Ook weer hybriden maar één exemplaar leek nog de zuivere vorm van Veenmelkviooltje.

Aan de noordwestzijde zet de ontwikkeling zich op een positieve manier door. Het natuurontwikkelingsgebied doet het goed (maar moet worden bijgehouden anders groeit het vol met Riet, Berk, Den en Wilg). De Rietochrissen breiden zich uit  van 6 in ‘09, 18 in ‘10, in ‘11 wat minder maar het was ook een erg droog voorjaar en in ‘12 maar liefst 54 ! In ‘13 wel honderd en in 2014 meer dan 300.
In 2013 werden twee gevlekte orchissen gezien.  In 2014 bijna 50
In 2013 stonden er op de noordoostelijk weide langs het pad 30 Rietorchissen maar op de blauwgraslanden zelf geen meer. Dat is wel anders geweest. In 2014 51 langs het pad en één in het gebied.. Op de meest oostelijke weide  kwamen, als gebruikelijk de laatste jaren 4 Rietorchissen voor. In 2014 zelfs waren het er maar liefst 15. De Kruipende moerasweegbree, die uiterst zeldzaam is, stond weer op de drie bekende plekken net als in 2013

In 2012 stond er veel Moeraskartelblad aan de noordwest zijde maar de plant neemt af evenals de Grote ratelaar en de Grote boterbloem. Daarnaast staat er nog Waterviolier, Krabbescheer en Moerasmuur. Het grasje Bevertjes komt zowel aan de noord als zuidkant en stond er in 2014 mooi bij.

In 2010 en 2011 en 2013 stond er Herfstbitterling (rode lijst 4). De plant is nog nooit het binnenland van Nederland is waargenomen. In 2012 waren ze (bijna) allemaal verdwenen en heb ik er geen één meer in bloei gezien. In 2013 stonden er nog maar drie exemplaren.  Toch niet hun milieu ? In 2014 niet meer gezien.  

Daarnaast staat er Bleekgele droogbloem (die afneemt door de successie) en massaal Moeraswolfsklauw (rode lijst 3) en Kleine zonnedauw (rode lijst 3). Er bevindt zich ook een zich uitbreidende populatie Ronde zonnedauw. Echt duizendguldenkruid breidt zich uit  en ook is er de eerste Blauwe knoop samen met Dop- en Struikhei is er te zien. Op één plek hebben we dit jaar Pijptorkruid gevonden en Heelblaadjes. Stijve ogentroost stond er ook weer prachtig bij.
Een andere nieuwe soort in de Moerputten is de Kleverige ogentroost, een plant die wat lijkt op de Grote ratelaar. In 2012 waargenomen op twee plekken in 2013 nog maar op één plek en in 2014 op drie plekken.

Op een verborgen blauwgraslandje staat Waterdrieblad, Loos blaadjeskruid (2x nieuwe soort) en Kruipende moerasweegbree (2x).
Ondanks de restauratie van de pijlers van de brug is de Steenbreekvaren behouden gebleven. Een mooi succes van de SBB. De steenbreekvaren groeit nu ook op de balustrade bij de Weichselboom aan de Parklaan naast enkele Tongvarens.

De vlinder het Gewone Pimpernelblauwtje doet het nog steeds goed. Ze breidt zich uit richting de Spoordijk. Daar heb ik in 2014 weer meerdere exemplaren zien vliegen.  
In het Bossche Broek vergrast alles en bloeit er nog maar weinig Moeraskartelblad Veenpluis en Dotterbloemen. Ook minder Koekoeksbloemen dan vorig jaar. Net als in de Moerputten bloeit er ook Kleverige ogentroost en de soort doet het zelfs goed.  Ook bestaat er een vindplaats van wel honderd Riet- en Vleeskleurige orchissen. Die stonden er in 2014 niet goed bij. Klein. De Lange erepijs staat er ook nog steeds maar heeft het moeilijk. Ook dit jaar waren er weer Ooievaars te bewonderen, met name als er gemaaid is.

Langs het Drongelens kanaal is Veldkruidkers verdwenen. Een laatste exemplaar  werd tegen de kerende muur tegenover Essent waargenomen. Men kan er nog wel het zeldzame Rozetkruidkers vinden. In 2014 op 26 plekken geteld en ook (voor het eerst) aan de overzijde van het fietspad aan de Gementkant. Het talud ziet er open en goed uit voor het plantje. Lange ereprijs deed het niet goed in 2014.  

Verderop de Gement in ligt het eerst geplagde deel. Daar vind je Akkerviooltje, Grote ratelaar, Echte koekoeksbloem, Wit vetkruid, Veenpluis, Ruig vergeetmenietje, Blauwe zegge en Voszegge. In 2014 vond ik er opeens ook 85 Rietorchissen met sommige erg grote exemplaren. Heel mooi.
Aan de overkant liggen nieuwe delen die zijn afgeplagd. Daar stond opeens Moerasandijvie (een rode lijst soort) maar niet meer in 2014. Ook prachtig Waterranonkel.  Op het veldje aan de Deuterse straat zijn nu ook de eerste Rietorchissen (15) te aanschouwen.
In de Koornwaard stond Brede ereprijs nog maar op twee plekken waarvan één op plek 8 exemplaren en de andere 11. Zandwolfsmelk is verdwenen evenals de Ruige weegbree en Wilde Tijm. Vermeldenswaardig is  Springzaadveldkers, Geoord en Knopig  helmkruid en Groot warkruid (waarvoor het een slecht jaar was). Veldsalie staat er op vier plekken (waarbij één plek 5 exemplaren heeft). Karwijvarkenskervel wordt als maar gemaaid nog voordat ze zaad kunnen vormen. Waarschijnlijk staan er nog wel een hoop. Dat gaat een keer fout. In het algemeen is in het gebied de recreatiedruk enorm toegenomen en tegenwoordig ook op de meest bijzondere en kwetsbare gedeelten. Op veel plaatsen vindt verdichting van de bodem plaats door betreding, fietsers, quads, feesttenten van de buurtvereniging, mensen die kampvuren aanleggen of b.v. primitieve tentjes bouwen op de plek waar vroeger de ijsvogel zat. Op sommige percelen wordt nog mest uitgereden met brandnetels en bramen als gevolg. Door het weghalen van de basaltblokken kunnen plezierboten aanmeren op de standjes die zo ontstaan. Je mag soms blij zijn als nog een aanmeerplekje kan vinden. Eigenlijk is het triest te zien hoe de mensheid ook dit prachtige natuurgebied heeft ingenomen, met een enorme achteruitgang van de biodiversiteit als gevolg.  

Bij Bokhoven staan de Weidekervels (RL 1) nu nog maar op één plek met 35 bloeistengels. Iets verderop stond nog één exemplaar. Die heb ik in 2014 niet meer gezien. Wel een nieuwe vindplaats aan de overkant van de weg. Ze staan er goed bij.  Er was met de gemeente overeen gekomen pas laat te maaien. Dat is in 2014 gelukt. Helaas staan ze zo dicht langs de kant van de weg dat er vroeg of laat iemand overheen rijdt en dat is ook werkelijk gebeurd in oktober 2014. Misschien moet er iets gemaakt worden om dat te voorkomen.

Langs de dijk bij het wieltje is weer Karwijvarkenskervel waargenomen op de plek waar zich ooit de hoofdmacht bevond. Na de dijkverzwaring was alles verdwenen maar in 2012 stonden er weer drie exemplaren.  Helaas ook weer te vroeg gemaaid. In 2013 en 2014  nog maar één. Er staat ook één Gewone agrinonie. Dat waren er vroeger meer. De plant staat ook verderop langs het kanaal tezamen met enkele pollen met Grasklokjes.  De bermen zijn rijk aan cichorei.  Aan de voet van de dijk (aan de westkant) heeft men aan natuurontwikkeling gedaan en heeft men stukken afgegraven. Daar staat nu heel wat Echt duizendguldenkruid en Kleine aster. Allemaal soorten die je niet veel tegenkomt. Op andere afgegraven stukken bij de kastelen staan Kroontjeskruid, Gele kamille, Rolklaver, Kleine aster en Heelblaadjes.

Wat verderop langs de Hennenweide staat ook Karwijvarkenskervel (5 x) en wat grasklokjes met Grote pimpernel.
De Tripmadam (rl 3) kan men nog steeds waarnemen langs het kanaal Henriettewaard-Engelen. In 2014 had de plant zich enorm uitgebreid en het zag er prachtig uit.  

Langs de Franse wielen staat de Grote watereppe, Zwanenbloemen, Moerasrolklaver, Blauwe waterereprijs, Blauw Glidkruid, Watermunt, Akkermunt en Kransmunt. Polei zou er kunnen staan maar die kan ik maar niet gevonden krijgen. Verder  velden vol Akkerdistels, Veldzuring en Jacobskruiskruid. De natuur is er echt in ontwikkeling naast de runderen, de paarden en de grote groepen Canadese ganzen die er zitten. Uiteraard kan men er ook Roodborsttapuit, Puttertjes en Kneutjes tegenkomen.
Op de Heinis was Hartgespan (Rl 1) verdwenen en ook Genadekruid (Rl1) heb ik er nooit meer gezien. In 2012 en 2013 stond er weer één exemplaar van Hartgespan te bloeien !  In 2014 meer.

Op de Wamberg staat Waterdrieblad, Grote watereppe, Melkeppe,  Brede Wespenorchis en her en der prachtige Koningsvarens. Bij Coudewater staat nog steeds Draadrus en bij het Engelermeer is nog steeds Schaafstro te zien naast Zwanebloem, Blauw glidkruid, Grote watereppe en Agrimonie. 
Langs die Binnendieze staat natuurlijk massaal Klein Glaskruid (Rl 4) maar ook zie ik steeds meer plaatsen met Tongvaren (beschermd) b.v. op de vrij nieuwe muurtjes bij de Weichselboom aan de Parklaan. Daar komt nu ook de Steenbreekvaren voor.  De Gele Helmbloem doet het ook prima.
Rob de Vrind